Lekcja Polskiego

Hoe

Jak betekent hoe en verandert nooit.

Pools Nederlands
Jak się nazywasz? Hoe heet je?
Jak się masz? Hoe gaat het?
Jak smakuje kawa? Hoe smaakt de koffie?
Jak jest? Hoe is het?
Jak leci? Hoe gaat het met je?

Wat voor

Jaki vraagt naar een eigenschap (wat voor / hoe is …) en past zich aan het zelfstandig naamwoord aan. De uitgangen y, a, e en de regel na k of g staan bij Bijvoeglijke naamwoorden.

Geslacht Vorm Voorbeeld
mannelijk jaki Jaki jest ten kot? Hoe is deze kat?
vrouwelijk jaka Jaka jest ta restauracja? Hoe is dit restaurant?
onzijdig jakie Jakie jest to rozwiązanie? Hoe is deze oplossing?
meervoud: mannen of gemengd jacy Jacy są ci bracia? Hoe zijn deze broers?
meervoud: vrouwen, dieren, en dingen jakie Jakie są te koty? Hoe zijn deze katten?

Beleefd

Als je het aan die persoon zelf vraagt, staat Pan of Pani vooraan: Jaki Pan jest? Als je over iemand anders vraagt, bijvoorbeeld de leraar geschiedenis, staat jest vooraan: Jaki jest Pan? Pan, Pani, en Państwo schrijf je met een hoofdletter.

Tegen wie Vorm Tegen u Over iemand
tegen een man Pan jest u bent Jaki Pan jest? Wat voor iemand bent u? Jaki jest Pan? Wat voor iemand is meneer?
tegen een vrouw Pani jest u bent Jaka Pani jest? Wat voor iemand bent u? Jaka jest Pani? Wat voor iemand is mevrouw?
tegen een groep Państwo są u bent (meervoud) Jacy Państwo są? Wat voor mensen bent u? Jacy są Państwo? Wat voor mensen zijn meneer en mevrouw?

Naar, in, op, bij

Geslacht Wat voor Naar welk(e) In welk(e) Op/in welk(e) Bij welk(e)
mannelijk jaki do jakiego w jakim na jakim u jakiego
vrouwelijk jaka do jakiej w jakiej na jakiej u jakiej
onzijdig jakie do jakiego w jakim na jakim u jakiego
meervoud jacy / jakie do jakich w jakich na jakich u jakich

Strikt genomen is welk (welke van een bekende set) = który. In de spreektaal hoor je vaak ook jaki in die betekenis.

Voorbeelden

Geslacht Pools Nederlands
mannelijk Do jakiego sklepu idziesz? Naar welke winkel ga je?
vrouwelijk Do jakiej restauracji idziesz? Naar welk restaurant ga je?
onzijdig Do jakiego kina idziesz? Naar welke bioscoop ga je?
meervoud Do jakich braci idziesz? Naar welke broers ga je?
mannelijk W jakim domu jesteś? In welk huis ben je?
vrouwelijk W jakiej szkole jesteś? In welke school ben je?
onzijdig W jakim aucie jesteś? In welke auto zit je?
meervoud W jakich restauracjach jadasz? In welke restaurants eet je?
mannelijk Na jakim przystanku wysiadasz? Op welke halte stap je uit?
vrouwelijk Na jakiej ulicy mieszkasz? In welke straat woon je?
onzijdig Na jakim osiedlu mieszkasz? In welke wijk woon je?
meervoud Na jakich wakacjach jesteś? Op welke vakantie ben je?
mannelijk U jakiego lekarza jesteś? Bij welke dokter ben je?
vrouwelijk U jakiej koleżanki jesteś? Bij welke vriendin ben je?
meervoud U jakich braci jesteś? Bij welke broers ben je?